Fragment: Ruis Copy

Fragment uit: Ruis
www.gedachtenwereld.nl/ruis

Voor de tweede keer die maand reed ik met een volle auto naar de kringloopwinkel. Wacht even, dacht ik, dit moet op de foto. Ik maakte een selfie.

Diezelfde middag kwam er een vriendin op visite. We zaten op de bank met onze thee en een stukje chocola. “Het wordt wel erg leeg hier”, zei ze. “Je hebt je tv ook weg gedaan dus. Verveel je je dan niet ’s avonds?” Ik moest een beetje lachen. Van alles wat ik had weg gedaan miste ik de tv het minste. Ik voelde me vrij met al die ruimte. Alsof er een pieptoon was verdwenen die ik niet opgemerkt had tot hij weg was. Ruis. “Nee joh. Ik merk juist hoe ontzettend veel tijd ik heb”, antwoordde ik. “Sterker nog. Ik verveel me op de een of andere manier juist veel minder. Mijn aandacht gaat alleen nog naar de dingen die ik écht leuk vind. En de tv hoort daar voor mij niet bij.”

Ze leek zowel geïntrigeerd als zorgelijk. “Gaat het wel goed me je? Je bent zoveel weg aan het doen.”

Het was drie maanden nadat ik mijn herkenning vond in het minimalisme. Wat begon met het leegruimen van de televisiekast ontwikkelde zich in het nauwkeurig bestuderen van elk item in mijn huis en beoordelen of ik het nodig had, waardevol vond of niet. Inmiddels was ik bijna wekelijks op pad met het wegbrengen van spullen. Ofwel naar de kringloop of naar de stort. En wat verkocht kon worden werd verkocht.

“Ik heb een paar zakken met kleding. Wil je er even doorheen snuffelen?” Haar ogen werden groot bij het zien van de zakken.

Een opgeruimd huis is een opgeruimd hoofd. Ik weet niet meer wie me dat zinnetje heeft geleerd maar zo ervaarde ik het wel. Elke keer als ik mijn huis weer netjes maakte voelde ik me rustig. Maar dit was anders. Groter. Dit was niet alleen opruimen, organiseren en poetsen. Dit was leeg maken. Zowel mijn huis als mijn hoofd.

Misschien was het ook wel wat drastisch. In korte tijd was mijn huis voor de helft leger. Maar drastisch dat past wel bij mij. Je idee meteen uitvoeren en dan kijken wat het je brengt. Misschien dat daarom niemand zich écht zorgen maakte. Alleen maar een beetje. Laat Karlien maar lekker haar ding doen.

“Ben je niet ergens voor aan het vluchten? Voel je je eenzaam?” Ik dacht er even over na. Ik begreep wel dat het daarop leek. Toch voelde het niet zo. Maar de vraag zette me wel aan het denken. Ik bespeurde bij mezelf een kleine angst opkomen. Wat als ik straks klaar ben? Zal ik dan in een depressie vervallen omdat ik diep van binnen eigenlijk heel eenzaam ben? En wat moet ik eigenlijk met dit grote huis in mijn eentje?

Zorgen voor later. Eerst nog maar een keer naar de kringloop. Ik was ook nog lang niet klaar dus die eenzaamheid zou nog wel even duren. Ik was pas halverwege.

Een paar maanden later sprak ik een collega aan de telefoon. “Sta je in de badkamer?” zei ze nadat ik opnam in een galmend huis. “Nee hoor, ik zit op de bank.”

Ik keek mijn lege woonkamer in en begon te lachen.